In november 2025 trokken wij met z’n tweetjes richting het prachtige Namibië voor een 17-daagse roadtrip doorheen woestijnen, canyons en wildparken. Dankzij onze 4×4 mét daktent konden we zowat het hele land doorkruisen en sliepen we op de meest unieke plekken. Ondanks dat veel reizigers vergelijkbare routes kiezen om zo alle highlights af te tikken, rij je het meeste van de tijd moederziels alleen door majestueuze landschappen. Onze route door dit prachtige land vind je hieronder terug!

Dag 1: Windhoek
Op 27 oktober 2025 namen wij in Brussel onze eerste vlucht richting Frankfurt. Na een overstap in Duitsland zouden we op 28 oktober in de voormiddag voor het eerst voet zetten op Namibische grond. Het originele plan was om diezelfde dag nog de auto op te halen, Windhoek te bezoeken en onze grote inkopen te doen. Helaas bleek niets minder waar. Na verschillende problemen en vertragingen moesten we de nacht spenderen in Frankfurt, waardoor we pas op 28 oktober ’s avonds laat aankwamen in Windhoek. Hierdoor hadden we geen gereserveerd vervoer meer tot in het centrum, en vielen onze originele plannen om de stad te bezoeken in het water. We kwamen pas rond 3 uur ’s nachts aan bij African Kwela Guesthouse en moesten de dag erna vroeg uit de veren om alles nog geregeld te krijgen voor vertrek. Gelukkig is de Namibische bevolking ongelooflijk hartelijk en was iedereen bereid om voorgaande afspraken aan te passen en op ons te wachten.
Echt veel tips over Windhoek kunnen we dus niet geven, buiten dit: zorg voor een flexibele planning met veel ruimte voor aanpassingen. Veel van onze medereizigers hadden gepland om de eerste dag onmiddelijk enkele uren te rijden en Windhoek volledig over te slaan, maar de vertraging gooide bij hen de volledige planning onmiddelijk in het water.

Dag 2: de Kalahari-woestijn | een rit van 277km
De Kalahariwoestijn is er eentje die de meeste toeristen links laten liggen ten gunste van haar bekendere zusje in het westen. Initieel kozen wij ook enkel voor deze bestemming als nachtelijke stop om de rit richting het zuiden te breken. Toch zou ik het van harte aanraden. Onze camping, Kalahari Anib Campsite, maakte deel uit van een luxueus resort in het hartje van een natuurreservaat met faciliteiten waar ook wij gebruik van konden maken. Zo koelden we af bij een zwembad aan de rand van het complex, met uitzicht over de uitgestrekte savanne. Je kan er trouwens ook verschillende activiteiten boeken, waaronder verschillende gratis wandelingen doorheen de woestijn.

Bij tijdsnood kan je er eventueel ook voor opteren om rechtstreeks door te rijden naar Keetmanshoop. Zorg er dan voor dat je tijdig kan vertrekken uit Windhoek.
Dag 3: Keetmanshoop, Garas Rest Camp en Giant’s Playground | een rit van 244km
Keetmanshoop is de zuidelijkste grote stad van Namibië, en dient voornamelijk als uitgangsbasis voor Fish River Canyon. Verder staat de stad bekend om haar bos vol kokerbomen en een park vol bizarre rotsformaties genaamd Giant’s Playground. Ons originele plan was om te overnachten bij Garas Rest Camp. Deze camping is minder gekend bij het grote publiek, maar beschikt over een nóg mooier kokerbomenbos dan het populairdere Quivertree Forest (en de eigenaars zijn ook een stuk aangenamer). Als je de bomen graag wil zien, raad ik je dus absoluut aan om voor die eerste optie te kiezen. Bij aankomst bleek de camping echter bovenop een heuvel te staan met serieuze windvlagen, en we besloten dus last-minute om het bos te bezoeken als dagtoerist en in het stadscentrum te zoeken naar een guesthouse. Bij Keetmanshoop self-catering vonden we voor €36 een kamer met kookmogelijkheden, een fijn terras en vooral: geen wind! We bezochten ook Giant’s Playground: een ietwat buitenaardse en avontuurlijke site, waar je leuk kan wandelen. Om deze te bezoeken stop je eerst bij de boerderij van de eigenaars (zo’n 2km eerder op dezelfde weg) en betaal je daar inkom. Vervolgens rij je met de auto tot de parking en kan je je wandeling starten. Let wel: je loopt hier makkelijk verloren. Volg altijd goed de pijltjes en sla op voorhand de exacte coordinaten van je parkeerplaats op.

Dag 4: Fish River Canyon | een rit van 151km
Nóg zuidelijker dan Keetmanshoop ligt het eerste hoogtepunt van de reis: Fish River Canyon. Deze canyon is de tweede grootste ter wereld (na de Grand Canyon in de VS), maar wordt door vele toeristen overgeslaan wegens haar zuidelijke ligging. Wij vertrokken ’s ochtends uit onze guesthouse en reden via onze eerste lange grindweg naar het natuurpark (met onderweg een korte stop voor appeltaart!). Volgens locals bezoek je best ’s ochtends de canyon, omdat het licht dan beter is. Uit praktische overwegingen bezochten wij toch ’s namiddags, zodat we de dag erna onmiddelijk onze volgende rit konden inzetten. Wanneer je je bezoek ook plant, de canyon blijft indrukwekkend. Langs de rand van de kloof kan je naar verschillende uitkijkpunten rijden, met telkens een ander uitzicht op de kronkelende oranje gesteenten. Let wel: je kan de canyon niet ingaan als dagtoerist, hiervoor moet je een meerdaagse, begeleide wandeling boeken.

’s Avonds zetten wij onze tent op bij Canyon Roadhouse Campsite, een superverzorgde plek met een lekker restaurant en een klein tankstation.
Dag 5: Aus, Lüderitz en Kolmanskop | een rit van 282km (+ rit naar Luderitz)
Omdat we op dag 5 al vrij vroeg vertrokken, kwamen we al iets na de middag aan op onze volgende bestemming: Klein-Aus Visa Desert Horse Campsite. In Aus zelf is niet heel veel te doen, dus besloten we van ons vroege aankomstuur gebruik te maken door nog even verder te rijden tot Lüderitz. Dit koloniale kuststadje staat bekend om haar prachtige architectuur en de restanten van Duitse bezetting in het land. Op de weg ernaartoe kom je trouwens kolonies wilde paarden tegen die je kan gaan observeren. Bij aankomst in de stad aten wij een heerlijke late lunch in een lokaal strandbarretje, waarna we verder reden naar de bekendste trekpleister van de regio: Kolmanskop. Dit Duitse mijnstadje werd being 20ste eeuw neergepalmd in de Namibische woestijn na de ontdekking van diamant. De gemeenschap kon enkele jaren rekenen op grote rijkdom, maar raakte daarna snel in verval. Sinds 1956 is Kolmanskop officieel verlaten, en neemt de woestijn stukje voor stukje het gebied weer over. Het zorgt voor bizarre en unieke taferelen, die prachtig fotograferen.

Kolmanskop heeft gelimiteerde openingsuren. Je kan er enkel tours volgen in de voormiddag, waardoor je verplicht bent in Lüderitz of Aus te overnachten. Daar hadden wij tijdens onze reis geen ruimte voor. Toch is er ook een tweede optie: een fotografiepas. Met dit ticket dwaal je ’s namiddags zelf door de site. Het voordeel? Je bent er quasi alleen en kan op eigen tempo ontdekken. Het nadeel? Dit type ticket is best duur, en je mist natuurijk heel wat info zonder gids.
Dag 6: Sesriem | een rit van 346km
Op dag 6 moesten we zowaar nog vroeger uit de veren. De rit van Aus naar Sesriem was een van de langste op onze reis, en de wegen tussen beide steden zijn niet bepaald onderhouden (maar wel prachtig!!). Je doet er op grindwegen trouwens altijd een stuk langer over dan Google aangeeft, dus reken ruim genoeg tijd voor je verplaatsingen. We kwamen iets na de middag toe op onze volgende camping: Sesriem Campsite (NWR). Prijs/kwaliteit was dit zowat de slechtste verblijfplaats van de reis, maar toch raden we deze enorm aan. Je slaapt bij dit verblijf namelijk binnen de poorten van het nationale park, waardoor je ’s ochtends een uur vroeger de woestijn in mag. Dat is een enorm voordeel, zeker als je de duinen op hun mooist wil zien tijdens de zonsopgang. Ga de dag op voorhand je ticket al halen aan de ingang, zo kan je ’s ochtends onmiddelijk op pad. In principe kan je met datzelfde ticket ook nog de zonsondergang meepikken op de eerste avond, maar wij kozen ervoor een luilekker namiddagje te spenderen aan het zwembad.

Dag 7: Sossusvlei, de wereldberoemde duinen en Solitaire | een rit van 114km (+ bezoek aan Sossusvlei)
De volgende ochtend opnieuw vroeg uit te veren om er bij de opening van de binnenste poort als de kippen bij te zijn. Wij kozen ervoor om bij Dune 40 de zonsopgang mee te pikken, daarna Dune 45 te beklimmen en ten slotte Sossusvlei zelf te bezoeken. Je kan trouwens op voorhand een ontbijtpakket bestellen aan de camping, zodat je ’s morgens niet meer hoeft te koken. Afhankelijk van het seizoen ben je namelijk al voor 5 uur ‘s ochtends op de baan!
Na een drukke ochtend reden we nog een uurtje verder richting Camp Gecko. Daar stelden we onze tent op en genoten we van het prachtige uitzicht over de savanne en mogelijks het meest iconische toilet ooit.

Dag 8: Walvisbaai en Swakopmund | een rit van 276km
What’s in a name? Wel, in het geval van Walvisbaai, zo goed als alles. In dit industriële stadje kan je namelijk de grootste zoogdieren ter wereld spotten, samen met een kolonie van zo’n 70.000 zeehonden. Wij wilden absoluut een katamarantour meepikken, waardoor we ’s ochtends weer enorm vroeg op de baan waren. Om 8u30 stonden we al op de kaai voor vertrek. En jawel, we mochten genieten van enkele (korte) ontmoetingen met een groep walvissen, maar ook van dolfijnen, zeehonden en pelikanen.

Na de middag reden we door naar Swakopmund, waar we verbleven in een leuk verblijf bij locals in de achtertuin. We gingen opnieuw naar de winkel voor een hele hoop boodschappen, en schoven ’s avonds aan bij The Tug Restaurant, aan de meest bekende pier van de stad.
Dag 9: Sandboarden in Swakopmund en Spitzkoppe | een rit van 152km
Alvorens Swakopmund achter ons te laten, wouden we nog gebruik maken van het ruime aanbod aan avontuurlijke activiteiten in de stad. Wij kozen voor duneboarden, een combinatie van snowboarden en sleeën in de duinen. Ondanks onze gelimiteerde ervaring (lees: geen) met boards, waren we er aardig snel mee weg!
Na de middag reden we verder naar Spitzkoppe. Daar zijn niet alleen prachtige rotsformaties te vinden, maar ook eeuwenoude rotstekeningen van de inheemse bevolking. Zowel bij Bushman’s Paradise als Small Bushman’s Paradise kan je deze bewonderen. Aan de ingang van de sites staat telkens een gids te wachten die je meer kan vertellen. Na afloop geef je hen een vrije bijdrage. Wij bezochten beiden, en hebben een lichte voorkeur voor de eerste. De zonsondergang baadt de rotsachtige omgeving in een prachtig oranje zonlicht, met de rock arch als toeristische trekpleister. Hier kan je eindeloos wandelen, ontdekken en verdwalen zolang het licht het je toelaat. Daarna kan je tussen deze natuurpracht in alle privacy je tent opzetten bij Spitzkoppe Restcamp.

Dag 10 & 11: Damaraland | een rit van 376km
Na zoveel vroege ochtenden kwam er… een vroege ochtend! Ondanks de vele kilometers die we al achter de kiezen hadden, moest onze langste rit nog komen. Van Spitzkoppe naar Hoada Campsite rijden, kostte ons meer dan 6 uur. Wegens de lange rit én omdat we graag een specifieke activiteit wilden boeken, besloten we hier twee nachten te verblijven. Voor de rhino tracking is dat namelijk verplicht, omdat deze een volledige dag in beslag neemt. s’Ochtends vroeg al komen de rangers je ophalen, en vervolgens zoek je een hele dag samen naar de zwarte neushoorn. Met wat geluk wordt het dier gespot, en kan je tot 20 meter dicht wandelen! Een unieke ervaring, waar onze mond letterlijk openviel wanneer we te voet het dier mochten benaderen. Lees er hier alles over.

Extra leuk: Hoada campsite is een conservancy. Dat houdt in dat de plek gerund wordt door de lokale bevolking, en zij mee delen in de winsten. Door hier te verblijven, draag je dus bij aan duurzaam en lokaal toerisme. Meer info over conservancies en ethisch reizen in Namibië, kan je hier vinden.
Dag 12, 13 & 14: Etosha | een rit van 135km (+ bezoek aan Etosha)
Wie denkt aan een reis in Afrika, denkt maar aan één ding: safari. Ook in Namibië kan je een pracht aan dieren spotten, voornamelijk in het wildpark Etosha. Als een van de grootste parken op het continent, kan je er ettelijke weken spenderen. Wij kozen voor een driedaags bezoek van west naar oost. Op dag 1 reden we het park in langs Galton Gate. Het westelijke deel van het park is wat ruiger, maar daardoor ook minder bezocht. We reden een hele dag doorheen dit deel van het reservaat, met verschillende kuddes olifanten, zebra’s en giraffen als gevolg. ’s Avonds overnachtten we in het park, bij Olifantsrus Campsite. De faciliteiten zijn daar niet even luxueus als op andere plekken, maar je kan na zonsondergang wel nog profiteren van het waterhole en de uitkijktoren.
Op dag twee stond de wekker opnieuw vroeg, aangezien katachtigen vaak tevoorschijn komen tijdens de schemermomenten. Dat kunnen we niet tegenspreken, want aan onze eerste waterplas spotten we al een paar leeuwen! Ook de rest van de dag kwamen we verschillende leeuwen tegen, en een olifantenkudde van wel 30 exemplaren. ’s Avonds overnachtten we buiten het park, bij Etosha Trading Post Campsite.

Op dag drie reden we het park opnieuw in via de Zuidpoort (Anderson’s gate). Dit keer draaiden we de strategie om, en vertrokken we vrij laat om zo te profiteren van de late namiddag. Dit was veruit onze beste safaridag! We kwamen op het laatste nippertje nog 4 cheetas én een neushoorn tegen, en we passeerden ook een hyena die aan het azen was op de prooi van een leeuw. Uiteindelijk reden we 5 minuten voor sluiting het park uit, richting Onguma Tamboti Campsite. Dit was de mooiste camping van onze reis, met een waanzinnig restaurant (inclusief waterhole).
Dag 15: Waterberg Wilderness | een rit van 380km
Nog een stukje dat vaak wordt overgeslagen maar wel uniek is in Namibië, is het Waterberg plateau. Wegens het ruige terrein worden in dit natuurpark al verschillende decennia bedreigde diersoorten geplaatst. De natuurlijke barrière zorgt ervoor dat stropers geen kans maken. Verder is het ook een verbazend groen stukje van het land. Je kan er prachtig wandelen, en ook verschillende safari’s en activiteiten boeken. Wij sliepen bij Waterberg Wilderness. Op zich een aanrader, maar let wel op je spullen: bavianen en honingdassen komen je restjes maar al te graag uit de vuilnisbak pikken.

Dag 16: luipaardtracking in Okonjima | een rit van 122km
Dan onze laatste stop van de reis. Luipaarden zijn berucht als meest verlegen dier van de savanne. De kans dat je ze tegenkomt op je self-drive safari door Etosha is dus vrij klein. Omdat we de katachtige toch graag wilden observeren, boekten we een nacht bij Okonjima Nature Reserve. Dat is een privaat wildpark waar luipaarden geconserveerd en geobserveerd worden, zodat we hen beter kunnen beschermen. Als deel van die missie kan je een luipaardtracking boeken, waar je samen met een ervaren gids op zoek gaat naar het mytische dier. We boekten met lage verwachtingen (omdat je niet zeker bent dat je ook effectief een luipaard zal spotten), maar dit was veruit een van de beste en meest indrukwekkende ervaringen van onze reis.

Dag 17: Windhoek en vlucht naar huis | een rit van 108km
Vanuit Okonjima reden we nog een tweetal uur terug richting Windhoek. Daar leverden we onze auto in, en werden we ruim van tevoren terug afgezet op de luchthaven. Na een intense, maar prachtige reis stapten we 17 dagen later terug het vliegtuig op richting België.
Via deze reisroute zie je het overgrote deel van wat Namibië te bieden heeft. 17 dagen is vrij krap, maar wij vonden het goed doenbaar. Het rijden en genieten van de landschappen onderweg is namelijk ook een deel van de reis. Als je meer tijd hebt kan je overwegen om nog noordelijker te rijden naar Epupa falls, de Victoriawatervallen of de Zambezirivier. Let wel op: hier zal je malariapillen moeten slikken. Als je minder tijd hebt, kan je de rondreis in twee delen. Veel toeristen kiezen dan voor de noordelijke tour, met de duinen en Etosha als hoogtepunten.
Meer info over onze uitgaven, welke activiteiten wij boekten en de verschillende manieren om het land te bereizen kan je terugvinden op onze Namibiëpagina.

Plaats een reactie