Wie aan safari denkt, denkt aan de big 5. En wie ze echt wilt afvinken, moet op zoek naar een zwarte neushoorn. Moeilijker dan je denkt, want de dieren zijn extreem bedreigd. In Damaraland kan je ze op enkele meters van je spotten. En dat volledig in het teken van echt ecotoerisme.

DE ZWARTE NEUSHOORN – BEDREIGDER DAN OOIT
Voor we aan onze reis in begonnen, waren we al op de hoogte dat we ‘the big 5’ safaridieren niet volledig zouden kunnen afvinken. De Afrikaanse buffel of ‘waterbuffel’ is, net als water buiten regenseizoen, nauwelijks te vinden in Namibië.
Daarnaast is de zwarte neushoorn veruit het moeilijkste dier om af te vinken. Een 2000 dieren zouden nog leven in het land, een derde van de volledige populatie in Afrika. Tussen de jaren 1970’ en 1990’ is het aantal in heel het continent 96% gedaald. Stropers zijn nog steeds de grote boosdoeners: de hoorn heeft een hogere waarde dan goud en dient als wondermiddel in enkele Oost-Aziatische landen. Namibië ziet zelfs dat sinds 2022 die dreiging weer stijgt.
HOADA CAMPING SITE – SAMENWERKEN MET DE DAMARA
Het land doet er dus alles aan om de dieren te beschermen. En moet daarvoor berusten op lokale gemeenschappen. Zo’n dier bedreigt namelijk de gewassen en kan gevaarlijk uit de hoek komen. Als het dan in de buurt loopt van een dorp, zijn ze het liever kwijt dan rijk.
Met ecotoerisme probeert Namibië hen te overtuigen ze met rust te laten. Het geld dat doorstroomt van buitenlandse toeristen overtreft wat de gemeenschappen zouden krijgen voor hun gewassen. Maar het lijkt nog steeds aan de toerist om ervoor te zorgen dat dat geld wel degelijk in de handen komen van zij waarvoor het beloofd is.
Dat merkten we ook vaak op tijdens onze reis. Online staat dan wel dat de overnachting samenwerkt met de lokale bevolking, het geld lijkt slechts druppelend naar hen terecht te komen: je zal ze vaak vinden als klusjes-,keuken- en sanitaire hulp maar zelden hogerop.
En dat bracht ons bij Hoada Campsite in Damaraland. Een overnachting die garandeert, maar waar we ook zelf merkten dat de staff volledig uit de lokale bevolking kwam. De manager, het onthaal, de gidsen, de camping-onderhouders, allemaal kwamen ze van naburige dorpen. Het was toegegeven een van onze duurdere stops, maar je kan hier wel degelijk spreken van ecotoerisme. Op hun site zie je ook wat ze met geld zullen doen.
NACHTDIEREN VRAGEN VROEGE VOGELS
Als je wilt zoeken naar zwarte neushoorns, moet je twee nachten blijven. Geen overbodige luxe voor ons met dat het 6 uur moesten rijden vanaf onze vorige bestemming in Spitzkoppe. Onze kampeerplek voelde zelfs luxueuzer dan normaal. De wagen stond geparkeerd onder een schuiltent om ons te beschermen tegen de wind, we hadden een eigen aanrecht met braai, een douche en een toilet. Onze eerste avond besteedde we alleen op de camping, buiten enkele koeien uit de buurt die het gras naast onze wagen groener vonden.
Zwarte neushoorns zijn voornamelijk nachtdieren. De beste kans om ze te zien zijn bij zonsopgang en -ondergang (weet dat de zon in november tussen 5 en 6 uur opkomt). Zoals wel vaker het geval was, waren we dus samen met de haan uit bed. En zelfs dan is er geen garantie dat je ze ziet. “Ze leven in de echte wildernis hier, vandaag kan er een op 100 meter van de kampsite zwerven, morgen is diezelfde spoorloos kilometers verder. In vergelijking is Etosha een zoo” zei de gids ons.
DE ECHTE OFFROADER
We worden opgepikt aan onze tent rond 6 uur en delen de 4×4 met twee Britse koppels een gids en al een van de trackers. We krijgen een deken en vertrekken. De excursie duurt tot de vroege namiddag, dus houd hier best rekening mee. Doe langere kledij aan want het blijft langer fris dan je denkt en de wind waardoor de wagen ‘s ochtends raast, schuurt ruw tegen je huid. Daarnaast neem je ook zonnecrème mee en iets om je hoofd te bedekken want de middag doet de ochtendtemperaturen te niet.
Onderweg stoppen we twee keer om een tracker op te pikken– iemand die op zoek gaat naar sporen in de wildernis-. Je krijgt hier een indirecte bevestiging dat je nog steeds met de lokale bevolking in contact bent. De wagen rijdt door de dorpen, de gidsen zwaaien en praten met wie ze tegenkomen, nemen spullen aan voor de tracking en laten er nota’s achter.
Daarna volgt de ultieme 4×4-ervaring. Geen enkele weg die we voor of na hebben bereden komt in de buurt van de ruwheid van het terrein dat we die dag doorrazen. Verbazingwekkend voor wie de Namibische wegen al overleefd heeft. Tegen en over stenen, schurend tegen takken, over de droge rivierbedden, een attractiepark kan er nog van leren. Gelukkig dat we dit niet zelf mochten rijden.
PROMOTIE TOT AMATEURTRACKER
Een tracker roopt in Damarataal tegen de rijder. De wagen stopt. De gids laat ons uitstappen en toont de uitwerpselen en voetafdrukken. Een mannetje zou hier doorgelopen hebben: “gisteren liep hier een vrouwtje met kind. Dit zijn zij niet. Het is maar een paar sporen”. De trackers verlaten de 4×4 en verspreidden zich in verschillende richtingen. Ondertussen geeft de gids ons een licht ontbijt: koffie of thee en wat koekjes. Wie wil, kan ook een “natuurlijk toiletbezoek raadplegen”.
De gids gebruikt de walkietalkie voortdurend om te horen wat de trackers rond de wagen vinden. Het duurt niet lang voor een richting door de radio komt. Alles wordt opgeruimd, we trokken verder de heuvels in.

Vanaf dan wordt je ook gepromoveerd tot tracker. Tussen de lage bossen en vele stenen zoek je mee naar beweging. Om beter deel te nemen aan de actie, raden we een goede verrekijker aan. We hebben zo zebra’s gevonden omdat een oor boven de heuvel bewoog.
WACHTEN EN BRAAIEN
Meer dan een uur gaat voorbij. De zon staat hoog. Onze kansen verkleinen: “overdag vinden ze het te warm, dus leggen ze zich neer in de schaduw”. Veel verschil met een steen is er dan niet. Zwarte neushoorns zijn dan ook niet werkelijk zwart (een vertaalfout doopte ze mogelijk om tot die naam).
De gids zet de wagen stil en stapt uit. “Wacht hier”. Hij verdwijnt achter de heuvel. Ondertussen leren we de anderen in de wagen kennen, licht verbrand. In de schaduw zoeken we zelf voort, amateurtrackers die we zijn. Uit de radio komt niets meer. Er is geduld nodig in de natuur.
Omdat ik dat niet heb, schrijf ik dat voelt alsof weer een uur voorbijgaat. De gids komt terug. “Niets gevonden”. We wachten nog iets verder. Dan toch, een tracker spreekt door de radio. De wagen wordt aangezet, we rijden dieper nog dieper in het gebied.
OOG-IN-OOG, TAND OM HOORN
Een tracker komt ons tegemoet. We moeten uitstappen en gaan te voet verder. We moeten stil zijn. De gids zet zich op een plek en vertelt ons dat we tot daar mogen komen. Want 20 meter verder, tegenwind, staan we oog-in-oog met een mannetje, dat rust in het hoge gras.
Oog-in-oog is een overstatement: de dieren zijn zo goed als blind. Maar hun gehoor is zeer gevoelig. Daarom moeten we stil zijn. Zodra hij iets zou horen, kan hij agressief uit de hoek komen. Ik denk dat hij dat ook een keer gedaan heeft: opeens maakt hij een schijnbeweging in onze richting. “Kom maar niet dichter”, klinkt het. Sara-Lynn heeft het niet gezien, maar kan getuigen dat onze Britse medetoeristen opeens minder gretig achter ons, en niet meer naast ons stonden.

Al fluisterend krijgen we uitgelegd hoe belangrijk de zwarte neushoorn is voor het gebied. Het zware landdier breekt door takken en grassen heen en graaft zo natuurlijke barrières die kunnen helpen tegen bosbranden, iets waar ook Namibië steeds meer last van heeft. Hun eetgedrag helpt daarnaast bij de bevruchting en verspreiding van planten.
Je bent op elk moment van je interactie veilig. De gidsen hebben nog nooit een ervaring gehad waar een klant in de problemen kwam. Ook zelf hebben ze nog nooit verwondingen opgelopen. Stel dat het dier toch zou aanvallen, moet je blijven stilstaan. De trackers zouden dan lawaai maken en het dier wegleiden. De dieren komen ook regelmatig in contact met de trackers: om de zoveel maanden snijden ze een stuk van de hoorn om stropers tegen te gaan.
DUURZAME OVERWINNINGSLUNCH
Na voldoende tijd het dier te mogen bewonderen, keren we terug naar de wagen. Dezelfde 4×4-uitdagingsweg terug, maar nu bergop, verlaten we de natuur zoals we het gevonden hebben. Buiten dan een steen of twee verlegd omdat we niet uit een rivierbed geraakten.
We stoppen bij een van de dorpen, zodat de gids lunch kan meenemen. Zeer lekker, maar uit onze ervaring geen vegetarische optie. Wanneer je toekomt en je tracking kiest, vragen ze wel naar allergieën. Het kan dat je je maaltijd daar naar voorkeur kan veranderen. Schrik niet als er veel overblijft, de rest geven ze af in de dorpen, nog maar eens een bevestiging van nauwe samenwerking.
Het is natuurlijk weer een van de meer prijzige activiteiten van de reis die we het meest zouden aanraden, en dat op een budgetpagina. Maar het is nog altijd relatief tegenover andere safari-landen zoals Kenia en Tanzania. En we kunnen eens werkelijk spreken van duurzaam ecotoerisme in harmonie met lokale gemeenschappen. Werkelijk een must om die ‘big 5’ af te krassen.
Plaats een reactie